Spoelwormen

Bij gemiddeld zo'n 15% van de katten in Nederland kunnen in de darm volwassen exemplaren worden gevonden van de kattenspoelworm, Toxocara cati. Bij kittens, fokdieren en zwerfkatten wat vaker, bij geïsoleerd levende huiskatten wat minder dan gemiddeld. Een volwassen spoelworm produceert tot 200.000 eitjes per dag, die vervolgens vele jaren in de omgeving als besmettelijk eitje aanwezig kunnen blijven. Katten kunnen dus besmet raken vanuit de omgeving, zowel direct als via zgn. tussengastheren: regenwormen, kevers, muizen, kleine vogels etc. Kittens worden zelfs al besmet door hun moeder: de melk bevat de besmettelijke larven. Later komen daar de infecties vanuit de omgeving bij.

Uitvergrootte foto van een spoelworm Uitvergrootte foto van een spoelworm eitje

Ingekapselde larve in weefsel

Spoelworm

Infectieus spoelwormeitje

Ingekapselde larve in weefsel

Zowel de volwassen wormen in de darm als de larven, die een uitgebreide trektocht door het lichaam maken, veroorzaken ziektesymptomen. Daarnaast is de kattenspoelworm, net als de hondenspoelworm, een zgn. zoönose: niet alleen dieren maar ook mensen kunnen makkelijk besmet raken door de eitjes in de omgeving. Dat resulteert weliswaar niet in de ontwikkeling van volwassen spoelwormen in de darm, maar de trektocht die de larven maken door het lichaam veroorzaakt vooral bij kinderen de nodige klachten. Bij kinderen met aanleg voor astma bijvoorbeeld kunnen de astmasymptomen worden opgewekt door deze larven.
Regelmatige en consequente ontworming is dus niet alleen van belang voor de kat, maar ook voor de volksgezondheid. Daarbij kan het volgende schema worden gehanteerd:

  • Voor min of meer geïsoleerd levende binnenkatten is 2 keer per jaar ontwormen genoeg.
  • Fokdieren en katten die buiten komen moeten minimaal 4x per jaar worden ontwormd, maar buitenkatten die vaak prooidieren vangen liever nog vaker.
  • Kittens moeten worden ontwormd op 4, 6 en 8 weken leeftijd, en daarna iedere 2 maanden tot ze een half jaar oud zijn.
  • Zogende moederdieren moeten tegelijk met hun kittens worden ontwormd.
  • Ontworming van drachtige dieren kan zinvol zijn; overleg met de dierenarts over de keuze van het juiste middel en tijdstip van toediening is daarbij belangrijk.