Longworm (Aelurostrongylus Abstrusus)
De longworm bij de kat (Aelurostrongylus abstrusus) komt in Nederland ook voor, maar de diagnose wordt nogal eens gemist omdat de symptomen erg op astma lijken. Bovendien werken niet alle wormmiddelen goed tegen deze parasiet. De larven die in de ontlasting worden uitgescheiden ontwikkelen zich verder in een tussengastheer (landslakken), die weer worden opgegeten door vogels, knaagdieren en reptielen. De kat besmet zich door opname van een tussen- of transportgastheer (prooidieren). Via de lymfe- en bloedbanen bereiken de wormen weer de longen waar ze na 6 weken volwassen worden. Ze kunnen ongeveer 2 jaar aanwezig blijven zonder herbesmetting.
De ziekte
De volwassen wormen veroorzaken longontsteking. Ondanks de beschadigingen van de luchtwegen, verloopt de infectie vaak zonder klachten of wordt alleen sporadisch hoesten opgemerkt. Bij ernstige aantasting van de longen kan chronisch hoesten, neusuitvloeiing, een verhoogde ademhalingsfrequentie en verlies van eetlust optreden. De kat bouwt een goede immuniteit op voor A. abstrusus en is daarom nauwelijks gevoelig voor herinfectie. Bij zware infecties of verzwakte dieren kan zonder behandeling sterfte optreden.
Diagnose
De ademhalingssymptomen samen met bloedonderzoek en een röntgenonderzoek kunnen aanwijzingen zijn. Een definitieve diagnose kan gesteld worden door het aantonen van larven in de ontlasting of een longspoeling.
Eventuele behandeling
De kat kan behandeld worden met Milbemax®, Stronghold ® of Panacur®.